Voorstel herziening Richtlijn Pakketreizen

Beter dan van tevoren gevreesd, maar lobby blijft nodig

Eind 2023 heeft de Europese Commissie, volgend op de eerder uitgevoerde evaluatie, een voorstel gepubliceerd voor aanpassing van de Richtlijn Pakketreizen, met als doel effectievere bescherming van reizigers en vereenvoudiging en verduidelijking van bepaalde aspecten van de richtlijn.

Samen met enkele andere brancheverenigingen, spant CLC-VECTA zich, onder de vlag van Gastvrij Nederland (onderdeel van VNO-NCW) ook namens IDEA al jaren in voor aanpassingen van de Richtlijn, specifiek voor de zakelijke markt.

Appreciatie
Onze eerste indruk is dat de PTD-herziening (Package Travel Directive = Richtlijn Pakketreizen) op zichzelf beter is dan van tevoren gevreesd (mogelijk mede door onze gezamenlijke lobby), maar dat er nog een aantal punten openstaat en dat ook in de samenhang met de passagiersrechtenverordeningen er kansen op ‘beter’ zijn gemist.

Een van de goede punten van het voorstel – die zeker behouden moet blijven- is dat een grotere aanbetaling dan 25% gevraagd kan worden als de touroperator zelf hogere kosten heeft. Dit was een belangrijk punt in onze eerdere lobby bij de Commissie en blijft een aandachtspunt in het verdere traject om te voorkomen dat dit door andere partijen er weer uitgehaald wordt.

Ook de verdere harmonisatie van insolventiebescherming is een verbetering, doordat landen ook verantwoordelijk worden van de kwaliteit van deze bescherming (en de verwachting dus is dat deze zal verbeteren).

Verder zijn wij tevreden over de toevoeging van de 7 dagen termijn voor terugbetalingen van bedrijven aan de touroperator, zodat de terugbetaling aan de eindgebruiker (consument) binnen 14 dagen kan plaatsvinden. Wel zijn er twijfels over de afdwingbaarheid van deze maatregel, zeker waar het aanbieders buiten Europa betreft.

Lobby punten
In onze lobby willen wij verder aandacht vragen voor de betalingstermijn die verkort wordt naar 4 weken voor vertrek en de definitie van ‘kosten noodzakelijk voor de organisatie en uitvoering van een reis’.

  • Volledige betaling 4 weken voor vertrek: dit is korter dan de in de markt gebruikelijke termijn van 6 of 8 weken. Deze erg krappe termijn heeft vrijwel geen voordelen voor de consument. Situaties waarin een reis plots geannuleerd moet worden zullen zich vrijwel altijd dichter op de vertrekdatum voordoen.

Voor touroperators is het echter een grote last. Als een klant in verzuim is, stelt de organisator hem een termijn van 14 dagen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Ook is er door de krapte minder tijd om (delen van) de reis alsnog te verkopen. Dit zal door ondernemers ingecalculeerd moeten worden waardoor het terugbrengen naar 4 weken een onnodig prijsverhogend effect heeft.

  • Definitie ‘kosten noodzakelijk voor organisatie en uitvoering van de reis’: in het voorstel is opgenomen dat een touroperator een hogere aanbetaling dan 25% mag vragen wanneer er voor de touroperator zelf hogere kosten zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer vliegtickets of accommodatie al eerder betaald moeten worden, of als er dure excursies zijn zoals een safari. Daarnaast is er nog een deel van de kosten die meer duidelijkheid nodig heeft. Zo lijkt het logisch dat personeelskosten voor de planning en organisatie binnen deze definitie valt, maar geldt dat ook voor de huur en elektriciteit (/verwarming) van het pand, de kosten van deelname aan de garantieregeling en advertentiekosten?
  • Samenhang met passagiersrechtenverordeningen: hoewel de voorstellen in hetzelfde pakket zit, zijn er een aantal vreemde situaties door de samenhang tussen de voorstellen. Zo willen airlines het recht om bij wijzigingen/ vertragingen direct met de passagiers te kunnen communiceren, maar blijven touroperators wel verantwoordelijk voor de gehele reis (zoals bijvoorbeeld hotelovernachtingen). Het is voor een bedrijf erg lastig om deze taken uit te voeren als zij niet alle informatie beschikbaar hebben of niet de controle hebben over de communicatie.

Vervolgtraject
Nu het voorstel gepubliceerd is, ligt de bal bij het Europees Parlement en de Europese Raad. In Nederland zal het ministerie van EZK werken aan het BNC-fiche* waarin de initiële positie van Nederland zal worden neergelegd. De Raad zal waarschijnlijk in de loop van het nieuwe jaar het voorstel bespreken.

In het Europees Parlement zullen de IMCO- en TRAN-commissies waarschijnlijk als eerste aan de bal zijn. In december stond al een eerste bespreking gepland in IMCO. Het is echter niet waarschijnlijk dat het EP voor de verkiezingen in juni een positie gereed zal hebben. Dit dossier zal daardoor misschien minder hoge prioriteit hebben.

We hebben de volgende concrete activiteiten besproken:

  • Appreciatie wordt gedeeld met EZK t.b.v. het BNC-fiche
  • VNO/MKB contacteert de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Brussel.
  • VNO/MKB contacteert (medewerkers van) Europarlementariërs die eerder over dit dossier zijn gesproken.

Uiteraard informeren we je als er ontwikkelingen zijn.

* In de BNC-fiche ((Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) geeft het kabinet haar eerste zienswijze over het Commissievoorstel. In het fiche besteden zij ook aandacht aan de financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burgers.